Na een 40-jarige loopbaan in het basisonderwijs gaat Lidwien Vos, directeur de Wilge, met pensioen. Zij was zo iemand die al jong wist: ik word later juf. En zo geschiedde. Vanuit een klein dorp in Limburg vertrok ze op 18-jarige leeftijd naar de pedagogische academie in Nijmegen en startte daar haar onderwijsloopbaan als leerkracht en vervulde deze functie op diverse scholen. Ze genoot daarbij het meest van lesgeven aan groep 3.

Waarom juist groep 3?
‘Dat is zoiets magisch, de kinderen leren dan lezen en gaan weer een hele nieuwe ontwikkelingsfase in. Als ik geen directeur was geworden dan was ik dat blijven doen denk ik. Maar voor alle groepen geldt; de sterke band die je als groepsleerkracht opbouwt met een groep kinderen vind ik nog altijd heel bijzonder.’

Toen haar eigen drie kinderen ouder werden zocht ze het wat hogerop en is via een paar adjunct directie functies doorgegroeid naar de functie van directeur. Eerst van een kleine eenpitter in Vreeland en vervolgens in Hilversum waar ze sinds 2008 aan het roer stond van de Wilge, een Alberdingk Thijm School. ‘Een spin in het web en de plek bij uitstek om veranderingen te realiseren,’ zo omschrijft ze de functie schooldirecteur.

In 2008 startte je als directeur van de Wilge. Wat was jouw indruk van de school?

‘Ik trof een leuke school aan met een heel diverse leerlingpopulatie en een gedreven hardwerkend team. Het onderwijs was er degelijk en de school had een goede naam,  maar ik zag dat het wel wat spannender mocht. Met name de zaakvakken kwamen een beetje stoffig over terwijl ik al gewend was aan thematisch werken. Ook de manier van lesgeven was erg traditioneel. We zijn meer variatie in werkvormen gaan toepassen zoals samenwerken, projectmatig werken en presenteren. De Wilge was datzelfde jaar bij een grotere scholenkoepel aangesloten (nu: Alberdingk Thijm Scholen): een organisatie met een goede spirit die open stond voor vernieuwing. En het grootste deel van het team dacht er ook zo over.’

Na jouw start ben je ook al snel begonnen met de introductie van tweetalig onderwijs. De Wilge staat inmiddels bekend als een van de vier Hilversumse scholen die deelnemen aan de landelijke pilot voor tweetalig onderwijs (TPO). Waarom vind je tweetalig onderwijs zo belangrijk?

'Ik geloof sterk in tweetalig onderwijs voor alle kinderen en dat tweede taal verwerving op jonge leeftijd ertoe leidt dat kinderen zich later makkelijker durven uiten in een andere taal. Uniek vind ik dat dit mogelijk kan worden gemaakt zonder bijkomende kosten voor de ouders. Het zijn niet per se elitaire scholen die tweetalig onderwijs aanbieden maar ook de buurtschool. Bovendien had ik het zelf als kind ook heel leuk gevonden.’

In 40 jaar tijd is er veel veranderd in het onderwijs. Welke ontwikkeling vind je heel positief en welke wat minder?

Wat ik heel positief vind, is dat er zowel in de opvoeding als in het onderwijs veel meer nadruk ligt op het welbevinden van kinderen. Leerkrachten en ouders hebben veel meer oog gekregen voor de behoeftes van kinderen: ze worden geleerd hun gevoelens te uiten, en krijgen meer handvatten om onderlinge conflicten op te lossen. Dit heeft ook een keerzijde: zowel ouders als kinderen zijn veel mondiger geworden en beslissingen in de klas of op school moeten we goed kunnen uitleggen. Daarbij hebben we de driehoek: kind – school – ouder altijd als uitgangspunt.

Positief vind ik ook dat de begeleiding van startende leerkrachten heel erg is verbeterd. Elke school heeft een schoolopleider die een starter goed op weg kan helpen en dat is ook hard nodig. Jammer vind ik de focus op de hoge werkdruk bijvoorbeeld in de media. Ik vind dat niet goed voor de status van onze beroepsgroep. Je wordt leraar omdat je iets voor kinderen wilt betekenen, ook als iets meer tijd kost dan je had gedacht. Als je thuis nog een jong gezin hebt dan is het hard werken. ‘Act like a professional,’ denk ik dan wel eens. Het onderwijs is zoveel veelzijdiger geworden en er is veel meer aandacht voor een brede ontwikkeling. Dat zijn hele mooie ontwikkelingen.’

Zijn er thema’s blijven liggen waar je niet aan toe bent gekomen?

‘Wat je nu sterk om je heen ziet, is dat er steeds meer gezinnen zijn met een niet Nederlandstalige achtergrond. Voor de kinderen betekent dat dat je meer moet investeren in extra Nederlands taalonderwijs, maar voor de ouders moet je ook iets doen. Hen moet je meer bij de school zien te betrekken want dat is belangrijk voor de ontwikkeling van hun kinderen. Net voor de eerste lockdown hadden we een bijeenkomst met deze ouders en je merkte dat er behoefte was om elkaar vaker te ontmoeten. We hadden ideeën over taallessen voor deze ouders of hen te koppelen aan een andere ouder als maatje zodat de integratie met andere ouders makkelijker zou verlopen. Dat had ik graag willen voortzetten. Verder hebben we een begin gemaakt met het formatief assessment: dat houdt in dat je kijkt naar het leerproces en de ontwikkeling van kinderen vanuit doelen die de kinderen zelf stellen. Gelukkig kan ik nog wel betrokken blijven de organisatie, al is dat wat meer op afstand. Ik ben schoolopleider en houd me bezig met de ontwikkeling van leerkrachten in opleiding, dat blijf ik ook na mijn pensioen nog doen.’

Welk advies geef je mee aan de nieuwe directeur Maaike Hemmelder Voorheen schooldirecteur van Villa Vrolik?

‘Haha, ik zou vooral zeggen: heel veel plezier. Het is een plek waar je dingen voor elkaar kunt krijgen, met een team dat ervoor wil gaan. De school is met 530 leerlingen een grote school waardoor er meer ruimte is voor ondersteunend personeel.  En je wordt gefaciliteerd door een energieke organisatie waar veel deskundigheid en expertise is, je hoeft niet alles zelf op te lossen.’