• Media

​​Wat is de invloed van tweetaligheid bij leerlingen op het leren van een derde taal? Die vraag triggerde Rosalinde Stadt sinds ze Frans geeft op Laar & Berg waar een groot deel van de leerlingen lessen in het Engels krijgt. ‘Ik merkte in de lespraktijk dat leerlingen soms hun tweede taal Engels gebruikten in het Frans. Ik vond dat een interessant fenomeen en toen ik ontdekte dat er meer onderzoek gedaan werd naar de invloed van tweede talen op het leren van andere vreemde talen heb ik besloten om een aanvraag te doen voor een promotieonderzoek.’ 

In 2013 attendeerde een collega haar op het bestaan van de lerarenbeurs van NWO. Ze behoort bij de tweede lichting docenten sinds het bestaan van de beurs. Inmiddels is ze gepromoveerd, moeder geworden van zoontje David en is ze naast haar baan als docent Frans op Laar & Berg nu ook docentenopleider aan de Universiteit van Amsterdam. Er is veel gebeurd in de afgelopen tijd. ‘Op de universiteit werd het ook wel een wurgcontract genoemd,’ zegt de net gepromoveerde Rosalinde Stadt lachend aan de telefoon. ‘Promovendi hebben vier jaar, bijna fulltime de tijd, om hun promotie af te ronden. Met een lerarenbeurs ontvang je financiering voor vier jaar en twee dagen per week. Gelukkig is dat later uitgebreid naar vijf jaar en kreeg ik veel steun vanuit Laar & Berg en thuis.’ Ondanks het harde werken en constante tijdsdruk is ze heel blij dat ze dit heeft gedaan: ‘Ik sta anders in mijn vak, kijk op een andere manier naar de leerlingen en het is heel goed geweest voor mijn eigen ontwikkeling. Ik heb ontzettend veel geleerd.’

Aan het eind van het onderzoek stel je dat als taaldocenten zich meer bewust zijn van die meertaligheid bij leerlingen, dat dat kan leiden tot beter vreemdetalenonderwijs. Hoe zit dat precies? 

‘Ik heb veel gebruik gemaakt van experimenteel onderzoek. Ik kon dat gewoon op mijn eigen school doen omdat Laar & Berg zowel reguliere als tweetalige klassen in de onderbouw had (​vanaf 2015  is Laar & Berg volledig tweetalig, red.) en daaruit is gebleken dat leerlingen zowel het Engels als het Nederlands gebruikten bij het leren van Frans. De resultaten lieten ook zien dat hoe meer het Engels aanwezig was in de dagelijkse schoolcontext (zoals in het tweetalig onderwijs), hoe belangrijker het Engels ten opzichte van het Nederlands werd als achtergrondtaal bij het leren van het Frans. Reguliere leerlingen gebruikten het Engels ook als achtergrondtaal, maar minder dan leerlingen in de tweetalige stroom en bovendien gebruikten de reguliere leerlingen het Nederlands meer dan de leerlingen in het tweetalig onderwijs. Als docenten zich bewust zouden zijn van het feit dat leerlingen dus beide achtergrondtalen (het Nederlands en het Engels) gebruiken en leerlingen hier ook op wijzen, worden leerlingen zich ervan bewust dat ze meertalige leerders zijn en kunnen ze bepaalde fouten beter plaatsen.’ 

 

Heeft een sterke tweede taalontwikkeling ook effect op het eindniveau van een derde taal? 

‘Ik denk niet dat je kunt zeggen dat de tweetalige leerlingen per definitie beter Frans leren. Uit veel onderzoek is wel gebleken dat meertalige taalleerders betere taalleerders zijn (omdat ze meer ‘kennis’ hebben van hoe talen geleerd worden). Maar ook andere factoren zijn belangrijk zoals bijvoorbeeld hoeveel je wordt blootgesteld aan de doeltaal, en hoeveel je kunt oefenen in de doeltaal. Maar als je als taalleerder bewust bent van de talen die je al kent, en begrijpt hoe talen functioneren, dan kan het leren van een taal wel makkelijker worden. Voor een heel groot deel functioneren talen allemaal op dezelfde manier. Ik heb zelf Frans gestudeerd en hierdoor begrijp ik het Italiaans veel gemakkelijker.’ 

Wat vind je van het huidige vreemdetalenonderwijs en hoe is dat op jouw eigen school? 

‘Het vreemdetalenonderwijs wordt over het algemeen nog erg benaderd als verschillende eilanden: Duits, Engels, Frans en soms Spaans. En dat is ook begrijpelijk want elke taaldocent worstelt met het aantal uren dat er beschikbaar is om iemand naar het eindexamen te begeleiden. Toch denk ik dat het goed zou zijn om in het curriculum talen ook te bekijken als ‘een systeem’ zodat leerlingen ontdekken dat er veel overeenkomsten tussen talen blijken te zijn. Als je meer weet over dat systeem kun je je nieuwe talen makkelijker eigen maken. Zo heb ik op Laar & Berg voor leerjaar 1 het vak Language Acquisition ontwikkeld waarin naast het leren van de basis van de verschillende talen (Frans, Duits en Spaans), er ook een blok taalkunde is, waarin de focus ligt op taalvergelijking en vragen als ‘Wat is een (vreemde) taal eigenlijk?’ en ‘Hoe leer je een vreemde taal?’ Ook is er in het eerste jaar ruimte gemaakt voor een project waarin de focus ligt op interculturele competentie (Wat is de waarde van de vreemde talen in de wereld? Waarom leren we nog vreemde talen? En in welke landen worden deze talen eigenlijk gesproken?). Leerlingen hebben zodoende na jaar 1 aan alle talen gesnuffeld en een ‘taalbewustzijn’ gecreëerd waardoor ze daarna een gedegen keuze maken welke talen ze in jaar 2 verder willen leren.  

Over een paar jaar zullen de eerste leerlingen van de basisscholen voor tweetalig onderwijs (tpo-scholen) gaan uitstromen. Een deel van deze leerlingen heeft acht jaar lang tot wel 50% van de lestijd in het Engels gehad. Wat verwacht je van deze leerlingen als het gaat om derde taalontwikkeling? 

‘Dit zijn meertalige leerlingen en zo zouden zij ook benaderd moeten worden. Hoe actiever het Engels in de dagelijkse context aanwezig is geweest, hoe meer ze ook het Engels gaan gebruiken om nieuwe talen te leren. Los daarvan zie je dat de groep leerlingen met een andere meertalige achtergrond (zoals bijvoorbeeld Arabisch-Nederlands, of Turks-Nederlands) toeneemt. Voor docenten is het vooral van belang die meertaligheid positief te benaderen en met een andere mindset naar fouten in taaloefeningen en het formatief toetsen te kijken. Het formatief evalueren – onderdeel van het IB MYP op Laar & Berg  - biedt wat dit betreft veel ruimte om de jongeren taalbewuste leerlingen te maken.‘ 

Je zei al dat het een pittig traject is, toch is het een mooie manier om anders na te denken over je vak. Heb je nog tips voor docenten die naast hun baan willen promoveren? 

‘Ga het alleen doen als je er heel veel zin in hebt en als je het gevoel hebt dat je jezelf verder wilt ontwikkelen. Ik was een twintiger toen ik hieraan begon, en was nog niet klaar om me volledig aan het docentschap te wijden. Nu sta ik weer anders in het leven dan toen.’ 

Rosalinde Stadt is op 29 november 2019 gepromoveerd met het proefschrift: The Influence of Dutch (L1) and English (L2) on Third Lanuguage Learning: The effects of Education, Development and Language Combinations.